Parodontale microflora
Het is bekend dat in actieve parodontale pockets een selectief uitgegroeide microflora wordt aangetroffen. In een gezonde gingivale flora overheersen ronde en staafvormige Gram-positieve bacteriën, bij parodontitis bepalen voornamelijk Gram-negatieve anaërobe bacteriën het beeld.
Een belangrijk deel van de Gram-negatieve anaërobe bacteriën wordt gevormd door spirocheten, spiraalvormige bacteriën zoals de Treponema denticola. In actieve parodontale pockets is het percentage spirocheten hoog.
Bij een succesvolle subgingivale reiniging, bijvoorbeeld met behulp van scaling en rootplaning, verandert de actieve pocket in een gezonde pocket waarin geen verdere parodontale afbraak meer plaatsvindt. Scaling en rootplaning kan de bacterieflora zodanig verstoren dat gedurende vele maanden de Gram-negatieve bacteriën onderdrukt blijven. Spirocheten verdwijnen daarbij vaak. Het microbiologisch effect van de initiële parodontale behandeling kan microscopisch worden vastgesteld door het percentage spirocheten enkele weken na de behandeling te bepalen.
Spirocheten zijn eenvoudig in een microscopisch beeld te herkennen en te tellen. Het afnemen van een subgingivale plaquemonsters kan gebruikt worden om het effect van initiële parodontale behandelingen te evalueren.
Ziet de pocket er na de behandeling onrustig uit en is het percentage spirocheten nog hoog, dan heeft de reiniging kennelijk onvoldoende resultaat opgeleverd. Een herhaling van scaling en rootplaning kan dan geïndiceerd zijn.
