Roken
Bij rokers zal o.a. nicotine uit de tabaksrook doordringen in het tandvlees. Daardoor zullen de bloedvaten in het tandvlees vernauwen en de wand van de bloedvaten wordt minder doorgankelijk voor de afweercellen. Het gevolg is dat minder afweercellen uit de bloedvaten naar de tandplak kunnen gaan. Bovendien zorgen schadelijke stoffen uit de rook ervoor dat de afweercellen minder goed functioneren in hun afweer tegen de bacteriën in de tandplak. Daardoor is de kans op het ontstaan van parodontitis bij rokers groter dan bij niet-rokers. Daarnaast zorgen schadelijke stoffen uit de tabaksrook voor een verminderde productie van speeksel waardoor er minder afweerstoffen in de mondholte aanwezig zijn. Ook daardoor bestaat een verhoogd risico op het ontstaan van parodontitis bij rokers.
- Roken resulteert vaak in verkleuring van gebitselementen en restauraties.
- Slechte adem, een verminderde smaak en verminderd reukvermogen zijn veelvoorkomende neveneffecten van roken.
- Roken beïnvloedt de wondgenezing nadelig.
- Parodontale aandoeningen komen bij rokers vaker en in ernstige mate voor. Stoppen met roken kan progressie tot staan brengen en her resultaat van parodontale behandeling verbeteren.
- Het mislukken van tandheelkundige implantaten komt significant vaker voor bij rokers dan bij niet rokers.
- Mondkanker en voorstadia daarvan komen veel vaker voor bij rokers dan bij niet rokers. Sigarettenrokers lopen een hoger risico dan sigaren- of pijprokers.
